Van Pasen naar Pinksteren: Het vuur als rode draad
Met Pasen hebben we bij Dag7 een paasvuur gestookt na de Paasnachtdienst. Samen stonden we rond de vlammen en gingen we de nacht in naar de eerste Paasdag. Maar waar komt dat paasvuur eigenlijk vandaan? En wat heeft het te maken met Pinksteren, vijftig dagen later?
Het ontsteken van paasvuren is een traditie die al eeuwenlang in heel Europa voorkomt. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij de Germanen. Zij staken vuren aan als offer aan de godin Ostara. Het vuur stond voor vruchtbaarheid en een nieuw begin. Het was een feest op de individuele hoeve, later per buurtschap of dorp. Met veel mensen samen, en vermoedelijk ook met veel drank erbij. Kortom, weinig christelijks aan.
En toch is vuur ook diep verweven met het christelijke geloof. In de Bijbel duikt het steeds opnieuw op. Denk aan de brandende braamstruik, waar God zich aan Mozes liet zien. En dan is er natuurlijk Pinksteren. Vijftig dagen na Pasen vieren we de komst van de Heilige Geest. Volgens de Bijbel daalde die neer op de apostelen als tongen van vuur. Zichtbaar, krachtig en niet te missen. Er is zelfs een kinderliedje over: "Heb jij ook een vlammetje op je hoofd? Die niet dooft, die niet dooft. Heb jij ook een vlammetje op je hoofd? Dat is omdat Hij in jou gelooft!"
Vuur verbindt dus. Het verbindt eeuwenoude tradities met het christelijke verhaal. Het verbindt Pasen met Pinksteren. En misschien verbindt het ook iets in jou.
Want waar brandt jouw vlammetje voor? Waar zit jouw passie, jouw geloof? Of wat zorgt ervoor dat jouw vuur harder gaat branden? Misschien iets om over na te denken de komende tijd.